Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- veelvuldig dreigende en/of intimiderende en/of aanmatigende en/of dwingende berichten te sturen (viaiMessenger en/of verschillende Facebook accounts), waarin hij eist om de door hem aan haar betaalde geldbedragen terug te betalen, dreigt aangifte te doen en/of belooft haar naaktfilmpjes (waarop haar hoofd te zien is) te verwijderen als zij seks met hem heeft, en/of berichten van gelijke aard of strekking, en/of
- haar regelmatig te bellen via verschillende telefoonnummers en/of via Facebook Messenger, met hetoogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
Beoordeling van het bewijs
die een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden». Het kan bij de in artikel 284 Sr Pro genoemde dwangmiddelen gaan om fysieke druk door geweld, maar ook om psychische druk door bedreiging met geweld. Bij (bedreiging met) andere feitelijkheden gaat het om handelingen die niet onder geweld of bedreiging vallen. Het kan daarbij gaan om meer subtiele vormen van psychische druk. Deze handelingen moeten van zodanige aard zijn dat zij in de gegeven omstandigheden leiden tot een druk waaraan het slachtoffer geen weerstand kan bieden. Van door een feitelijkheid wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden als bedoeld in artikel 284 Sr Pro kan slechts sprake zijn als de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer tegen zijn of haar wil iets heeft gedaan, niet gedaan of geduld (vgl. HR 18-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1473).
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een ofmeer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- het bedrag van 7.961,60 (zegge: zevenduizendnegenhonderdeenenzestig euro en zestig eurocent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juli 2022 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging vandeze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.