ECLI:NL:HR:2022:1672

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2022
Publicatiedatum
16 november 2022
Zaaknummer
22/00643
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen het arrest van de Hoge Raad van 28 januari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:84). De Hoge Raad heeft dit verzoek zorgvuldig beoordeeld, waarbij ook de procureur-generaal de gelegenheid kreeg een advies uit te brengen.

De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Daarnaast zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 18 november 2022 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra (voorzitter), Faase en van Eijsden.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/00643
Datum18 november 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 28 januari 2022, nr. 21/00145, ECLI:NL:HR:2022:84.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2022.