Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
16 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van wilsbekwaam verzet tegen verplichte medicatie.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van dit oordeel nader toe te lichten, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van betrokkene schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft uiteindelijk het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Schaafsma (voorzitter), Makkink, Teuben en in het openbaar uitgesproken door Lock.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en handhaaft de beschikking inzake zorgmachtiging en verplichte medicatie.