Conclusie
advocaat: mr. G.E.M. Later,
verweerder in cassatie,
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
- het toedienen van medicatie ter behandeling van een psychische stoornis;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het insluiten;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene,
- het onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- het opnemen in een accommodatie.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelklaagt over de geldigheidsduur van de verleende machtiging. Het onderdeel bepleit dat de rechtbank ten onrechte en in strijd met artikel 6:5 Wvggz Pro een zorgmachtiging heeft verleend met een geldigheidsduur van tien maanden en twintig dagen althans niet heeft gemotiveerd waarom een dergelijke machtiging is verleend. Volgens het onderdeel gaat het immers niet om een aansluitende zorgmachtiging in de zin van artikel 6:5 onder Pro b Wvggz en is er geen sprake van nawerking van de vorige zorgmachtiging.
a.
zes maanden, indien het doel van verplichte zorg de gronden, bedoeld in artikel 3:4, onderdelen b, c, d en e, betreft;
b.
twaalf maanden, indien het een zorgmachtiging betreft die
aansluitop een zorgmachtiging als bedoeld in onderdeel a (…);
c.
twee jaar, indien het een aansluitende zorgmachtiging betreft voor een persoon die gedurende de afgelopen vijf jaar verplichte zorg heeft ontvangen; opgenomen is geweest (…). [cursivering A-G].
aWvggz) een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden – kan verzoeken (terwijl in geval van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel gedacht kan worden aan een crisismaatregel). Als de officier een machtiging met een langere geldigheidsduur verzoekt, ligt het in de rede dat de rechter deze beperkt tot zes maanden.” [10]
nade geldigheidsduur van de voorgaande zorgmachtiging (20 oktober 2022) op 9 november 2022 verzocht om een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. De beslissing van de rechtbank op dat verzoek volgde precies na drie weken, op 30 november 2022 (dus binnen de wettelijke beslistermijn). Van een ‘aansluitende zorgmachtiging’ voor de duur van twaalf maanden kan dan geen sprake meer zijn. In zo’n geval kan de rechtbank nog wel een ‘gewone’, niet op de vorige zorgmachtiging aansluitende nieuwe zorgmachtiging verlenen voor de duur van maximaal zes maanden. De rechtbank treedt daarmee niet buiten de grenzen van het door de OvJ ingediende verzoek. Anders dan de Wet Bopz met zijn uitdrukkelijke onderscheid tussen een ‘voorlopige machtiging’ en een ‘machtiging tot voortgezet verblijf’, kent de Wvggz slechts één ‘zorgmachtiging’, die − in beginsel eindeloos − kan worden herhaald mits telkens aan de wettelijke vereisten is voldaan.
tweede onderdeelvoert in de kern aan dat aangezien er niet gereageerd is op de vraag van de advocaat naar de wilsbekwaamheid van betrokkene er van moet worden uitgegaan dat betrokkene wilsbekwaam is en dus zijn wensen en voorkeuren in de zin van art. 2:1 lid 5 en Pro 6 Wvggz gehonoreerd moeten worden. Nu betrokkene heeft aangegeven vrijwillige zorg te willen is het volgens het onderdeel onjuist dan wel onbegrijpelijk dat er allerlei vormen van verplichte zorg opgelegd worden zonder dat daar gebruik van gemaakt wordt en zonder dat er feitelijk iets gebeurt dat verzoeker werkelijk helpt.
- a. de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of - b. acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang.”