Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
de rechtbank) verzocht om een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene te verlenen voor zes maanden voor de volgende vormen van verplichte zorg:
3. Probleembeschrijving
Probleembeschrijving volgens zorgverantwoordelijke
5.(Dreigend) ernstig nadeel
Wat is het (dreigend) ernstig nadeel voor betrokkene of diens omgeving?
4. Psychiatrisch onderzoek
Datum en tijdstip van het onderzoek van betrokkene
Wat zijn de symptomen die betrokkene vertoont?
Welke hulpvraag formuleert betrokkene?
Is er naar uw oordeel sprake van een psychiatrische stoornis?
Tot welke (voorlopige) diagnose bent u gekomen?
Code Omschrijving
6.Ernstig nadeel
Vloeit naar uw oordeel uit het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis (een aanzienlijk risico op) ernstig nadeel voort?
Zo ja: waaruit bestaat het ernstig nadeel?
Op grond van welke symptomen, gedragingen of feiten komt u tot uw oordeel?
Welke symptomen, gedragingen of feiten zoals genoemd in vraag 6c zijn niet door uzelf waargenomen, maar door anderen aan u meegedeeld? Geef aan door wie u dit is meegedeeld alsmede diens relatie tot betrokkene.
Kruis aan in welke van de navolgende categorieën u het ernstig nadeel indeelt:
Indien meer dan één mogelijkheid is aangekruist, kruis dan de belangrijkste aan:
9.Wilsbekwaamheidsbeoordeling
Nietin staat tot een redelijke waardering van zijn/haar belangen ter zake van de voorgenomen verplichte zorg. Ik acht betrokkene wilsonbekwaam ter zake, omdat: Onduidelijk of betrokkene wilsbekwaam is, daar dit niet testbaar is omdat betrokkene niet meewerkt aan het onderzoek. Betrokkene lijkt geen of nauwelijks ziektebesef te hebben.
10.Overige mededelingen
onderstreping hier en in de citaten hierna door mij toegevoegd; A-G):
De advocaat
Betrokkene heeft duidelijk aangegeven dat hij niet gehoord wil worden.
Aan veel handelen van betrokkene kun je echter wel zien dat sprake is van een stoornis. Dan vraag ik mij wel af of er sprake is van ernstig nadeel. Betrokkene wil niet gehoord worden en geeft aan dat iedereen tegen hem is.
Op basis van hetgeen wij horen van andere instanties wat betreft het risico op ernstig nadeel, vind ik het nadeel wel ernstig genoeg om een stap verder te gaan. Met een zorgmachtiging hebben wij een basis om hem op te nemen zodat we hem in zorg kunnen krijgen.
Dreigingsmanagement signaleert hierbij een verharding zijn toon. Koningshuis en ministers worden genoemd en gemaild, terwijl er geen contact mogelijk is met betrokkene. We weten dus niet wat voor ontwikkeling hij op dit moment doormaakten en waar hij heen gaat. We hebben een aantal stopbrieven gestuurd vanuit de directie van het korps en Team Wijkmanagement. Dan is het even stil, maar daarna nemen de mails en meldingen weer toe. We weten gewoon niet wat betrokkene aan het ontwikkelen is en aangezien er geen aangifte gedaan wordt krijgen wij het niet op papier. Dit terwijl zo’n beetje elk kamerlid wordt meegenomen in zijn mails. Dit maakt het zo lastig.
Gezien het afwerende gedrag van betrokkene is het voor de onafhankelijk psychiater na meerdere pogingen niet mogelijk geweest om betrokkene te onderzoeken, waardoor hij zijn oordeel heeft moeten baseren op dossieronderzoek. De politie heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene in zes jaar slechts één keer op eigen afspraak naar een gesprek is gekomen.
Het is dus niet te verwachten dat betrokkene op vrijwillige basis zal meewerken aan een onderzoek door een onafhankelijk psychiater, waardoor betrokkene binnen een vrijwillig kader hoogstwaarschijnlijk buiten beeld van de instanties zal blijven. Gezien deze omstandigheden zal de rechtbank bij haar beoordeling wel uitgaan van de medische verklaring, ondanks het feit dat betrokkene niet in persoon door de psychiater is onderzocht,
acht de rechtbank het risico te groot om langer af te wachten op bijvoorbeeld een nadere poging tot onderzoek door een onafhankelijk psychiater of een nadere poging betrokkene te horen.
De politie heeft de situatie van betrokkene als dreigend gekwalificeerd. Er wordt gevreesd dat betrokkene vanuit zijn paranoia zal gaan handelen en geweld zal gebruiken. Hierbij is sprake van maatschappelijk teloorgang.
De rechtbank zal de duur van de zorgmachtiging beperken tot één maand, zodat de GGZ-instelling de mogelijkheid heeft om in verplicht kader betrokkene (te onderzoeken en) zorg aan hem te verlenen. De behandeling van het verzoek zal voor de resterende vijf maanden worden aangehouden. Op de vervolgzitting zal de extra informatie die in de komende maand beschikbaar komt bij de beslissing over het verlenen van de zorgmachtiging voor de overige vijf maanden worden meegewogen.”
Betrokkene
Er is geen sprake van dusdanig ernstig nadeel dat alleen met een opname kan worden afgewend. Het is niet eens in een ambulant kader geprobeerd. Er wordt geclaimd dat ik een psychische stoornis heb. Ik heb Nederlands recht gestudeerd. Er is juist sprake van grensoverschrijdend gedrag door de politie richting mij.
Er is geen medische verklaring die gebaseerd is op een persoonlijk gesprek, dus het opstellen van de medische verklaring is in feite mislukt. Betrokkene heeft vandaag [een] gesprek met de psychiater gehad dat van dusdanige aard was dat er geen sprake is geweest van een gesprek waaruit blijkt dat hij een aandoening heeft. Hij heeft geen vragen van de psychiater beantwoord. Naar mijn overtuiging is er dus in juridische zin geen sprake van een aandoening. Als u van mening bent dat dat wel het geval is, is er geen sprake van ernstig nadeel. Betrokkene mailt misschien veel, maar de politie doet niets met de klachten. Dit betekent dat de politie niet de hele tijd bezig is voor niets. Ook hebben de mails geen dreigende toon. Daarnaast heeft hij in de buurtgeen overlast veroorzaakt. Ik verzoek primair afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoek is dat betrokkene geen medicatie krijgt, nu niet is gebleken dat dit nodig is. Misschien dat hij met een paar goede gesprekken het inzicht krijgt dat hij niet zoveel moet mailen naar de politie.
Beoordeling
Ook nadat de zorgmachtiging voor één maand is afgegeven, is dit contact met betrokkene niet tot stand gekomen. Betrokkene is inmiddels opgenomen in een kliniek, maar deze opname heeft een dag voor de zitting pas plaatsgevonden. Bij het gesprek dat betrokkene heeft gehad met zijn behandelend psychiater binnen de kliniek, heeft betrokkene aangegeven geen vragen te zullen beantwoorden.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
cassatieberoep dat is gericht tegen de deelbeschikkingvan 23 juli 2025 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat zij bij haar beoordeling uitgaat van de medische verklaring, ondanks het feit dat betrokkene niet in persoon door de onafhankelijk psychiater is onderzocht (zie de in 2.7 geciteerde overweging van de rechtbank). Geklaagd wordt dat de in de medische verklaring gestelde omstandigheden het oordeel van de rechtbank niet kunnen dragen. Uit de verklaring kan namelijk niet worden afgeleid dat betrokkene op 16 juni 2025 thuis was en/of dat hij weigerde aan een onderzoek mee te werken. Dit geldt ook voor hetgeen de behandelaren ter zitting naar voren hebben gebracht. [8] De door de rechtbank zelf vermelde omstandigheden maken een en ander niet anders, nu die neerkomen op verwachtingen omtrent de medewerking van betrokkene, in plaats van op een feitelijke constatering dat betrokkene daadwerkelijk medewerking aan een onderzoek weigerde, en op aannames met betrekking tot de veiligheidsrisico’s die in beginsel als zodanig niet kunnen rechtvaardigen dat geen medisch onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene heeft plaatsgevonden.
cassatieberoep dat is gericht tegen de eindbeschikkingvan 20 augustus 2025 richt zich eveneens tegen het oordeel van de rechtbank dat zij is uitgegaan van de medische verklaring, ondanks het feit dat betrokkene niet in persoon door de onafhankelijk psychiater is onderzocht (zie de in 2.11 geciteerde overweging van de rechtbank). Ook hier wordt geklaagd dat de in de medische verklaring gestelde omstandigheden het oordeel van de rechtbank niet kunnen dragen, waarbij eveneens wordt aangevoerd dat uit de in de medische verklaring genoemde omstandigheden niet kan worden afgeleid dat betrokkene op 16 juni 2025 thuis was en/of weigerde om aan een onderzoek door de onafhankelijk psychiater mee te werken. Daaraan wordt nog toegevoegd dat ook in de vier weken gelegen tussen de eerste en de tweede mondelinge behandeling de onafhankelijk psychiater geen contact heeft opgenomen met betrokkene teneinde een nieuwe medische verklaring op te stellen of de medische verklaring van 16 juni 2025 aan te vullen. Uit de omstandigheid dat betrokkene op de dag van de mondelinge behandeling geen vragen van de behandelend psychiater heeft willen beantwoorden, blijkt niet dat betrokkene ook niet op een later tijdstip vragen van de onafhankelijk psychiater zou hebben willen beantwoorden. De verklaringen van de (behandelend) psychiaters ter zitting kunnen de medische verklaring van de onafhankelijk psychiater ook niet vervangen, noch in procedureel opzicht noch inhoudelijk, nu zij ter zitting hebben verklaard dat het contact met betrokkene, mede vanwege de korte duur van de opname destijds, nog niet van de grond was gekomen, aldus het onderdeel.
beideafspraken via de mail afgezegd. Ik maak daaruit op dat betrokkene op de hoogte was van deze afspraken en door het afzeggen (of eigenlijk: weigeren) daarvan kenbaar heeft gemaakt niet te willen meewerken aan het onderzoek door de onafhankelijk psychiater. In zoverre heeft de onafhankelijke psychiater dan ook (naar ik meen: deugdelijk) gemotiveerd waarom hij betrokkene niet in diens fysieke aanwezigheid kon onderzoeken.
deelbeschikking van 23 juli 2025voldoende (begrijpelijk) gedaan, gelet op het gedrag van betrokkene (zie 3.11) en in het licht van de verklaringen ter zitting van onder andere de behandelaren en de wijkagent, die er kort gezegd op neerkomen dat het al jaren niet lukt, althans erg lastig is om contact te krijgen met betrokkene. Het oordeel van de rechtbank dat het voor de onafhankelijk psychiater niet mogelijk is geweest om betrokkene te onderzoeken acht ik daarom niet onbegrijpelijk, temeer omdat ook de advocaat van betrokkene ter zitting heeft verklaard dat het voor de onafhankelijk psychiater niet mogelijk was om betrokkene te spreken. Anders dan het onderdeel betoogt, is de rechtbank dan ook niet enkel uitgegaan van verwachtingen omtrent de medewerking van betrokkene aan het onderzoek door de onafhankelijk psychiater. Bij dit alles is ook van belang dat de rechtbank heeft overwogen dat zij de veiligheidsrisico’s voor de personen die correspondentie van betrokkene ontvangen en voor de personen die daarin worden genoemd te groot acht om langer af te wachten op bijvoorbeeld een nadere poging tot onderzoek door een onafhankelijk psychiater. In deze omstandigheden kon de rechtbank de overgelegde medische verklaring van 16 juni 2025 dan ook tot uitgangspunt nemen. [14]
faaltderhalve.
de eindbeschikking van 20 augustus 2025. Daar stelt de rechtbank (opnieuw) vast dat de onafhankelijk psychiater geen onderzoek in persoon heeft kunnen uitvoeren en dat uit de medische verklaring voldoende blijkt waarom betrokkene niet in persoon is onderzocht, alsmede op welke gronden de psychiater toch tot de conclusie is gekomen dat is voldaan aan de vereisten voor een zorgmachtiging. De rechtbank overweegt verder dat ook de psychiater die in het ambulante kader betrokken is geen (telefonisch) contact heeft kunnen krijgen met betrokkene en niet wordt binnengelaten. De rechtbank overweegt verder dat ook nadat de zorgmachtiging voor de duur van één maand was afgegeven geen contact tot stand is gekomen en ook dat betrokkene bij het gesprek dat hij kort voor de zitting had met zijn behandelend psychiater binnen de kliniek waar hij inmiddels was opgenomen, heeft aangegeven geen vragen te zullen beantwoorden.
onafhankelijk psychiaterbetrokkene alsnog vóór de voorgezette mondelinge behandeling te laten onderzoeken. Het onderdeel stelt mijns inziens terecht dat op basis van dit alles nog steeds niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden geoordeeld dat betrokkene ook niet (alsnog) wilde spreken met de
onafhankelijkpsychiater.
de deelbeschikking van 23 juli 2025klaagt dat hetgeen de rechtbank met betrekking tot het ernstig nadeel heeft overwogen (zie hiervoor 2.7) om verschillende redenen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van ernstig nadeel niet kan dragen. Allereerst maakt de rechtbank volgens het onderdeel niet duidelijk of sprake is van levensgevaar en van gevaar voor ernstig lichamelijk letsel voor betrokkene
zelfof (ook) voor anderen, terwijl de medische verklaring en het zorgplan elkaar op dit punt tegenspreken (onderdeel 2, sub a). Ook voor wat betreft het gevaar voor ernstige psychische schade maakt de rechtbank niet duidelijk of dit geldt voor betrokkene zelf of (ook) voor anderen en ook op dit punt spreken de medische verklaring en het zorgplan elkaar tegen (onderdeel 2, sub b). Dat gevaar dreigt voor maatschappelijke teloorgang van betrokkene zelf wordt zowel in de bestreden beschikking als in de medische verklaring en het zorgplan onvoldoende begrijpelijk onderbouwd (onderdeel 2, sub c). Datzelfde geldt voor gevaar dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept (onderdeel 2, sub d) en voor gevaar dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is (onderdeel 2, sub e). Dat wordt in de beschikking, de medische verklaring en het zorgplan slechts onderbouwd met het overnemen van een uitlating van een niet nader gespecificeerde bron (waarschijnlijk de politie). Verder wordt het ernstig nadeel (met name voor anderen) door de rechtbank niet onderbouwd met waarnemingen van de behandelaar(s) of van de onafhankelijk psychiater zelf, maar aangenomen op grond van een of meer bronnen die niet nader worden geïdentificeerd, en waar alleen de politie als informatiebron wordt genoemd. Dat is niet genoeg om ernstig nadeel aan te nemen.
cassatieberoep tegen de eindbeschikking van 20 augustus 2025komt ook op tegen de overweging van de rechtbank dat de psychische stoornis van betrokkene leidt tot ernstig nadeel (geciteerd in 2.11), waarbij ook hier wordt betoogd dat hetgeen de rechtbank heeft overwogen haar oordeel dat sprake is van ernstig nadeel niet kan dragen. De zojuist weergegeven subonderdelen a t/m e worden in dit tweede cassatieberoep herhaald. Daaraan wordt nog toegevoegd dat hetgeen de rechtbank ten grondslag heeft gelegd aan haar oordeel dat sprake zou zijn van ernstig nadeel, onvoldoende is voor het aannemen van (gevaar voor) ernstig nadeel, nu uit de verklaringen ter zitting van onder andere de politie en de wijkagent niet blijkt van vrees voor geweld jegens anderen en/of acuut levensgevaar voor betrokkene zelf.
een stap verder te gaan” (te weten verplichte zorg in te zetten). [18] Daarmee is voldoende aangetoond dat de geconstateerde psychische stoornis tot ernstig nadeel leidt (of kan leiden).
tijdens het huisbezoekzouden verhogen, maakt niet onbegrijpelijk de vaststelling door de rechtbank dat het ernstig nadeel onder andere is gelegen in de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
tenzij:
a. de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is,
ofb. acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
indien de psychische stoornis van de patiënt alleen een aanmerkelijke kans op schade voor de betrokkene zelf veroorzaakt. Hiermee is beoogd – overeenkomstig internationale verplichtingen – tot uitdrukking te brengen dat evenveel waarde wordt gehecht aan de eigen mening en instemming van een wilsbekwaam persoon met een psychische stoornis als aan die van een wilsbekwaam persoon zonder psychische stoornis. De honorering van wilsbekwaam verzet geldt voor zowel de voorbereiding, de afgifte, de uitvoering als de beëindiging van de crisismaatregel of de zorgmachtiging, dus gedurende de gehele procedure. Ook geldt de honorering van wilsbekwaam verzet voor alle vormen van verplichte zorg, aldus de wetsgeschiedenis.
een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en de situaties als bedoeld in art. 2:1 lid Pro 6, aanhef en onder b, Wvggz zich niet voordoen, de rechter dient te beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. (…)”
onder b, Wvggz voordoet, te weten een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor een ander, hoefde de rechtbank niet te beoordelen of betrokkene wilsbekwaam is. Het betreffende oordeel van de rechtbank brengt mee dat de wensen en voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg niet hoefden te worden gehonoreerd.
het de vraag is of deze stoornis leidt tot ernstig nadeel” en dat hij “
ervan uitgaat dat betrokkene geen zorgmachtiging wenst” [32] , niet heeft opgevat als beroep op wilsbekwaam verzet. Het oordeel van de rechtbank is, anders dan het subonderdeel betoogt, niet onjuist en ook niet onbegrijpelijk is. Volgens de Hoge Raad moet in dit kader immers sprake zijn van een “
voldoende toegelicht bezwaar” tegen de voorgestelde verplichte zorg. [33] De enkele opmerking van een advocaat dat “
de kennelijke proceshouding van betrokkene is dat hij geen zorgmachtiging wenst” [34] is daartoe duidelijk onvoldoende.
deelbeschikking van 23 juli 2025richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat de zorgmachtiging is verleend voor de duur van één maand, waarbij de rechtbank als volgt heeft overwogen (zie hiervoor 2.9):
eindbeschikking van 20 augustus 2025betoogt dat omdat er na de deelbeschikking van de rechtbank van 23 juli 2025 geen nieuwe of aanvullende medische verklaring is opgesteld of overgelegd onjuist en/of onbegrijpelijk is dat de rechtbank in de eindbeschikking desondanks een zorgmachtiging heeft verleend tot en met 23 januari 2026.