ECLI:NL:HR:2022:282
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt oordeel over kwalificatie managementovereenkomsten als arbeidsovereenkomsten
Belanghebbende, een B.V., had managementovereenkomsten gesloten met twee Ltd's die de dagelijkse leiding uitoefenden. De Inspecteur had een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd waarbij de directeuren van deze Ltd's als werknemers werden aangemerkt voor premies werknemersverzekeringen.
Het hof oordeelde dat er sprake was van privaatrechtelijke dienstbetrekkingen tussen belanghebbende en de directeuren, ondanks dat de contracten met de Ltd's waren gesloten. De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de arbeidsovereenkomsten rechtstreeks tussen belanghebbende en de directeuren zouden bestaan, en waarom er sprake zou zijn van een gezagsverhouding vanuit de algemene vergadering van aandeelhouders.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van de motieven van dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor nadere beoordeling terug naar het gerechtshof.