Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
Verdeling
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 april 2022.
Hoge Raad
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2020 gescheiden. De rechtbank had de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld, waarbij de peildatum voor de waardering van de voormalige echtelijke woning werd gesteld op de datum van de beschikking, 6 februari 2018, met een taxatiewaarde van €590.000. De woning werd toegewezen aan de vrouw, met aftrek van een schuld van €47.000 aan haar zus.
Het hof vernietigde deze beschikking en wijzigde de peildatum voor waardering, en erkende dat de man de schuld aan de zus van de vrouw had erkend. De man stelde echter dat hij de schuld gemotiveerd betwistte en dat het geld op de rekening van de zus feitelijk van partijen was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een andere peildatum hanteerde dan de rechtbank, terwijl de vrouw daartegen geen grief had ingebracht. Ook was het oordeel van het hof dat de man de schuld erkende onbegrijpelijk, omdat de man dit gemotiveerd had betwist. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.