Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
De praktijk is dat als ik aan het werk ging, dat dan in de agenda stond dat ik voor sommige bewoners boodschappen moest doen. Brood halen, beleg, enz. Ik weet niet of medewerkers ook buiten Evean boodschappen deden. [De werkneemster] deed boodschappen voor [de bewoonster]. Ik heb dat gezien.”Deze verklaring strookt echter niet met die van [de werkneemster] zelf dat zij in het interne winkeltje amper boodschappen deed voor [de bewoonster], maar dat zij dat na afloop van het werk buiten Evean deed, om de boodschappen dan de volgende dag mee te nemen.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 november 2023.