Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel werd verleend aan betrokkene, die lijdt aan multiproblematiek: een ernstige neurocognitieve stoornis en schizofrenie in remissie, met daarnaast een uitgebreide vorm van dementie.
De burgemeester had op grond van de Wvggz een crisismaatregel genomen vanwege het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel van vallen, veroorzaakt door het gedrag van betrokkene. De rechtbank oordeelde dat het gedrag voortvloeit uit een psychische stoornis en verleende de machtiging onder de Wvggz.
In cassatie klaagt betrokkene dat de rechtbank ten onrechte de Wvggz toepaste, terwijl de problematiek vooral psychogeriatrisch is en onder de Wzd valt. De Hoge Raad stelt dat bij multiproblematiek moet worden vastgesteld welke problematiek op dat moment voorliggend is en de actuele zorgbehoefte bepaalt.
De Hoge Raad acht het oordeel van de rechtbank onbegrijpelijk dat het gedrag voortkomt uit een psychische stoornis, terwijl de medische verklaring juist een uitgebreide dementie als voornaamste oorzaak noemt. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.