ECLI:NL:HR:2023:522
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2017
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 juni 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant behandelde. Het geschil betrof een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2017 betreffende een onroerende zaak te 's-Hertogenbosch.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder zag de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 31 maart 2023 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.