ECLI:NL:RBOBR:2023:2028
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het kalenderjaar 2019, vastgesteld op €398.000. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. Eiser stelde op de zitting dat de waarde te laag was, gebaseerd op een taxatierapport van €430.000, maar deze standpuntwijziging werd wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten.
De rechtbank oordeelde dat de Wet WOZ niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de heffing een legitiem algemeen belang dient zonder individuele buitensporige last. De heffingsambtenaar heeft met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten voldoende aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.
Eisers betoog dat de gehanteerde waarderingsmethode onjuist is, werd verworpen omdat in WOZ-procedures het resultaat van de waardering, niet de methode, ter toetsing staat. Ook werd geoordeeld dat eiser geen bewijs heeft geleverd dat hem relevante stukken zijn onthouden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €398.000 is ongegrond verklaard.