ECLI:NL:HR:2023:690
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongewijzigd laten uitspraak over Arubaanse winstbelasting en objectvrijstelling AVA
Belanghebbende, een Aruba Vrijgestelde Vennootschap (AVV), was in geschil met de Minister van Financiën van Aruba over de winstbelastingaanslag voor het jaar 2012. Het geschil betrof de uitleg van artikel 2 van Pro de Landsverordening winstbelasting in samenhang met artikel 1 van Pro het Landsbesluit objectvrijstelling AVA, met name of het beleggen van vermogen middels een renteloze lening onder de objectvrijstelling valt.
Na een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba en een hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk te motiveren vanwege het ontbreken van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest werd op 12 mei 2023 in het openbaar gewezen door raadsheren Feteris, Faase en van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.