ECLI:NL:HR:2023:695
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat verzoek voorlopige achterwaartse verliesverrekening geen invloed heeft op belastingrente aanslag vennootschapsbelasting
De zaak betreft een geschil over de berekening van belastingrente in verband met een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2014. Belanghebbende had voor het jaar 2015 een verlies verantwoord en tegelijkertijd een verzoek tot voorlopige achterwaartse verliesverrekening ingediend. De Inspecteur legde vervolgens voor 2014 een aanslag vennootschapsbelasting op met belastingrente.
Na vaststelling van het verlies over 2015 werd de aanslag 2014 verminderd vanwege achterwaartse verliesverrekening. Het geschil betrof de vraag of de belastingrente die gelijktijdig met de aanslag 2014 was berekend, ook verminderd moest worden. Het Hof oordeelde dat de vermindering van de aanslag door verliesverrekening geen effect heeft op de eerder in rekening gebrachte belastingrente.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat artikel 30fe, lid 2, AWR uitdrukkelijk bepaalt dat verliesverrekening geen invloed heeft op eerder berekende belastingrente. De Hoge Raad verwierp het verweer dat de situatie gelijkgesteld moest worden met eerdere rechtspraak over belastingrente, omdat de wetgever de situatie van verliesverrekening anders heeft geregeld. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat een verzoek tot voorlopige achterwaartse verliesverrekening geen invloed heeft op de berekening van belastingrente bij een eerdere aanslag vennootschapsbelasting.