Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het voorwaardelijke incidentele beroep
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
5.Beslissing
12 juli 2024.
Hoge Raad
Deze zaak betreft de rechtsvraag of een dynamisch incorporatiebeding in een arbeidsovereenkomst bij overgang van onderneming automatisch overgaat op de verkrijger en of de verkrijger de arbeidsvoorwaarden eenzijdig kan aanpassen. De werknemers waren per 1 april 2015 overgenomen door ID Logistics Tilburg B.V. (IDL) van MOL Logistics. In hun oorspronkelijke arbeidsovereenkomst was een dynamisch incorporatiebeding opgenomen dat verwees naar een cao die loonsverhogingen bevatte.
IDL stelde de werknemers nieuwe arbeidsovereenkomsten voor zonder verwijzing naar de cao en met een wijzigingsbeding, die de werknemers ondertekenden. IDL is geen lid van de werkgeversvereniging die de cao sloot en wilde niet gebonden zijn aan toekomstige cao-loonsverhogingen. FNV vorderde dat IDL de cao-loonsverhogingen zou toepassen, maar rechtbank en hof wezen dit af.
De Hoge Raad oordeelt dat het dynamisch incorporatiebeding volgens het HvJEU Asklepios-arrest mee overgaat op de verkrijger, mits deze mogelijkheden heeft om arbeidsvoorwaarden aan te passen. IDL had die mogelijkheid en heeft met instemming van werknemers nieuwe arbeidsovereenkomsten gesloten zonder cao-verwijzing. De werknemers konden niet zonder meer rechten uit het dynamisch beding behouden na instemming met nieuwe voorwaarden.
Het hof had echter miskend dat werknemers slechts na en niet wegens de overgang afstand konden doen van rechten uit het dynamisch beding. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. Het voorwaardelijke incidentele beroep van IDL wordt verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat de verkrijger bij overgang van onderneming de arbeidsvoorwaarden kan wijzigen mits dit gebeurt met instemming van werknemers of op basis van een wijzigingsbeding, en dat het dynamisch incorporatiebeding niet automatisch toekomstige cao-loonsverhogingen afdwingt indien nieuwe overeenkomsten zijn gesloten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling; het voorwaardelijk incidentele beroep wordt verworpen.