Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd opgelegd aan betrokkene wegens illegale vogelhandel. Betrokkene was eerder veroordeeld voor opzetheling en overtreding van de Flora- en faunawet.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op basis van een rapport en hield rekening met dubbeltellingen en andere correcties, maar concludeerde dat betrokkene ook onderhands vogels in zijn winkel had verkocht. Dit oordeel vormde de grondslag voor het aannemen van voldoende aanwijzingen dat betrokkene andere strafbare feiten had gepleegd dan bewezenverklaard.
De Hoge Raad overweegt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom uit de feiten en omstandigheden buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat betrokkene die andere strafbare feiten heeft begaan. Dit is in strijd met de onschuldpresumptie en de eisen aan de motivering van een ontnemingsvordering op grond van art. 36e lid 2 Sr.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en beslissing, waarbij het hof de motivering adequaat moet geven en de rechten van betrokkene moet respecteren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende motivering.