Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
De eerste deelklacht
Veroordeling
Ik moet zo met [medebetrokkene 2](het hof begrijpt: [medebetrokkene 2] )
hier opruimen, dus rij niet met je mee” " waarop de betrokkene heeft geantwoord: “
Ben er allang. Tot straks.” [4] Op 6 januari 2015 heeft ook een WhatsApp-gesprek plaatsgevonden tussen de betrokkene en [medebetrokkene 1] , waarin de betrokkene aan [medebetrokkene 1] heeft gestuurd: “
We moeten morgen om half 9 daar wezen. Kwart voor 8 parkeerplaats?”, waarop [medebetrokkene 1] heeft geantwoord: “
Die kleine zou mij daar nog over bellen of heeft hij gezegd dat jij dat aan mij moest doorgeven?”, waarop de betrokkene heeft geantwoord: “
[medebetrokkene 3](het hof begrijpt: de [medebetrokkene 3] )
belde me en ik moest jou bellen.” [5] [medebetrokkene 1] heeft als getuige over deze WhatsApp-gesprekken verklaard dat hij en de betrokkene dit soort contact met elkaar hadden over de hennep. [6]
€ 8.100,-.”
€ 8.100,-”.