Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
In dit verband is nog van belang dat ‘uitbuiting’ moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f lid 1, aanhef en onder 4º, Sr, nu de in die bepaling bedoelde gedragingen eerst dan als ‘mensenhandel’ kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat is voldaan aan de voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld (vgl. HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:556).
Gelet op deze vaststellingen – en op het oordeel van het hof dat de verdachte (aldus) misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van de kwetsbare positie waarin de aangeefsters zich bevonden, alsmede dat sprake was van zeer slecht werkgeverschap – berust de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde kennelijk op de onjuiste opvatting dat slechts de meest excessieve vormen van misbruik kunnen worden aangemerkt als arbeidsuitbuiting en dat de door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden, ook in onderlinge samenhang beschouwd, daarom geen bewezenverklaring van de tenlastegelegde mensenhandel toelaten.
3.Beslissing
13 februari 2024.