Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Waar ben je geraakt?” heeft geantwoord: “
Op mijn ribben en aan de linker zijkant van mijn hoofd. Ook sloeg hij op mijn rechterbeen.”
Het proces-verbaal van aangifted.d. 3 juli 2021 (p. 79-80 van het politiedossier), voor zover inhoudende:
Een geschriftals bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten (een fotokopie van) een
Aanvraagformulier medische informatie betreffende [slachtoffer 1], opgemaakt d.d. 4 juli 2021 door [verbalisant 2] , (p. 91 -94 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegeven –
proces-verbaal van bevindingen (‘forensisch onderzoek persoon’)d.d. 6 juli 2021, met bijlage (p. 101-124 van het politiedossier), voor zover inhoudende als relaas van eigen waarneming(en) en/of bevinding(en) van verbalisant [verbalisant 3] :
aanvullend proces-verbaal van bevindingend.d. 8 september 2021, voor zover inhoudende als relaas van
eigen waarneming(en) en/of bevinding(en) van [officier van justitie] , officier van justitie:
3.Het tweede middel
NJ2019/207, m.nt. Reijntjes heeft toenmalig advocaat-generaal Vegter nader aandacht besteed aan de vraag wanneer er in het kader van het verrichten van arbeid of diensten kan worden gesproken van uitbuiting. [6] Hij onderscheidt allereerst een categorie zaken waarin de uitbuiting reeds gegeven kan zijn door de bewezenverklaring van de wettelijke in artikel 273f lid 1 onderdeel 1° Sr genoemde middelen en omstandigheden. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin iemand wordt gedwongen tot het verrichten van arbeid of diensten door middel van – gelet op de hevigheid, frequentie of stelselmatigheid – min of meer ernstige verschijningsvormen van de in de wet genoemde middelen, bijvoorbeeld dwang tot arbeid door hevig en structureel geweld. In die gevallen ligt uitbuiting volgens Vegter in de bewezenverklaarde dwang en de daarvoor gebezigde bewijsmiddelen besloten.
“Zeker gelet op de zware kwalificatie mensenhandel en de hoge strafbedreiging is het de vraag of het wenselijk is dat één enkele diefstal, die waarschijnlijk niet langer dan een half uur heeft geduurd, waarbij het economische gewin niet buitengewoon was en geen sprake was van een harde vorm van dwang, voldoende is om van uitbuiting te spreken.”Van belang is dat de rechter bij de beoordeling van de vraag of sprake is van uitbuiting rekening houdt met het feit dat het in artikel 273f Sr strafbaar gestelde delict van mensenhandel een zeer ernstige vorm van criminaliteit betreft waar (inmiddels) een maximale gevangenisstraf van twaalf jaren tegen is bedreigd, en dat tegen die achtergrond niet elke situatie waarin iemand wordt gedwongen of verplicht tot het verrichten van – al dan niet illegale – arbeid of diensten moet worden aangemerkt als mensenhandel. [12]
proces-verbaal van aangifted.d. 13 juli 2021 (p. 185-191 van het politiedossier), voor zover inhoudende als verklaring van de
aangeefster [slachtoffer 1]:
proces-verbaal van bevindingend.d. 10 augustus 2021 (p. 238-240 van het politiedossier), voor zover inhoudende als relaas van
eigen waarneming(en) en/of bevinding(en) van de verbalisant [verbalisant 4]:
4.Het derde middel
5.Het vijfde middel
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
art. 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.” [26]