Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beslissing
12 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) van betrokkene uit bedrijfsmatige hennepverkoop werd geschat door extrapolatie van aantekeningen over een korte referentieperiode van 21 dagen.
Betrokkene voerde aan dat de omvang van de hennepverkoop per maand sterk varieerde, met bijna geen handel in de zomer, en dat de aantekeningen niet zonder meer aan hem konden worden toegerekend omdat medeveroordeelde ook zelfstandig handelde. Het hof motiveerde onvoldoende waarom het deze extrapolatie toepaste op een periode van ruim twee jaar.
De Hoge Raad herhaalt de motiveringsplicht bij extrapolatie van het w.v.v. en oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de schatting aan de gebruikte aantekeningen kon worden ontleend. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 12 november 2024.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de zaak wordt terugverwezen.