ECLI:NL:HR:2024:771
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over box 3 belastingaanslag 2018 en verwijst terug
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2018. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en de daarbij behorende belastingrente.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd voor zover het betrekking heeft op de vermindering van de aanslag, het verzamelinkomen en de belastingrente. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de in het arrest gegeven overwegingen.
In de overwegingen verwijst de Hoge Raad naar een ander arrest (ECLI:NL:HR:2024:705) waarin de toepassing van de vermogensrendementsheffing onder de Herstelwet in strijd werd geoordeeld met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod van het EVRM en het EP. Tevens is vastgesteld dat een aandeel in het reservefonds van een VvE in 2018 niet als banktegoed kwalificeert onder de wettelijke regeling.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2024 door vijf raadsheren onder voorzitterschap van M.W.C. Feteris.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest over de box 3 aanslag 2018 en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.