Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2024:771

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2024
Publicatiedatum
28 mei 2024
Zaaknummer
23/00654
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 EVRMArt. 1 EPArt. 5.2 Wet IB 2001
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over box 3 belastingaanslag 2018 en verwijst terug

De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2018. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en de daarbij behorende belastingrente.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd voor zover het betrekking heeft op de vermindering van de aanslag, het verzamelinkomen en de belastingrente. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de in het arrest gegeven overwegingen.

In de overwegingen verwijst de Hoge Raad naar een ander arrest (ECLI:NL:HR:2024:705) waarin de toepassing van de vermogensrendementsheffing onder de Herstelwet in strijd werd geoordeeld met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod van het EVRM en het EP. Tevens is vastgesteld dat een aandeel in het reservefonds van een VvE in 2018 niet als banktegoed kwalificeert onder de wettelijke regeling.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2024 door vijf raadsheren onder voorzitterschap van M.W.C. Feteris.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest over de box 3 aanslag 2018 en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/00654
Datum6 juni 2024
ARREST
in de zaak van
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
tegen
[X2] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 januari 2023, nr. BK-ARN 20/01122 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 20/2502) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 1 september 2023 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie. [2]
Zowel de Staatssecretaris als belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 23/00653, ECLI:NL:HR:2024:705, rechtsoverweging 6.3 en 6.4. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, maar uitsluitend met betrekking tot de vermindering van de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2018, de vermindering van het verzamelinkomen en de dienovereenkomstige vermindering van de bij die aanslag gegeven beschikking inzake belastingrente, en
- verwijst het geding naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, M.T. Boerlage, P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2024.