Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank Midden-Nederland verleende aanvankelijk een zorgmachtiging voor korte duur ondanks een gebrekkige medische verklaring, waarna de Hoge Raad deze beslissing vernietigde en het geding terugwees voor herbeoordeling.
Bij de herbeoordeling oordeelde de rechtbank dat de medische verklaring van 30 november 2023 geen gebrek vertoonde, hoewel dit in de eerdere procedure onbestreden was vastgesteld. De Hoge Raad stelt dat de rechtbank gebonden was aan haar eerdere oordeel over het gebrek aan de medische verklaring en dat zij daarmee de grenzen van de rechtsstrijd heeft overschreden.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van 20 december 2024 en wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging voor de periode van 3 januari 2024 tot en met 3 februari 2024 af. De uitspraak benadrukt het belang van een actuele, concrete medische verklaring en de beperking van de rechtsstrijd na cassatie en terugwijzing.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging af wegens een gebrekkige medische verklaring en overschrijding van de grenzen van de rechtsstrijd.