Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [1991] in [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 lid 2 Wvggz Pro:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Na een eerdere tijdelijke machtiging van een maand en ontvangst van een nieuwe medische verklaring is het verzoek opnieuw beoordeeld.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een psychiater en haar mentor gehoord. De advocaat voerde aan dat verplichte zorg niet nodig is omdat betrokkene vrijwillig in de kliniek verblijft en haar toestand stabieler is. De zorgaanbieder benadrukte echter de complexiteit van betrokkene’s problematiek, waaronder een licht verstandelijke beperking, ADHD en verslaving, en het risico op terugval.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan ernstige psychische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar. Gezien het ontbreken van passende vrijwillige zorgmogelijkheden en de recente weglopen uit de kliniek achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De machtiging wordt verleend voor de gevraagde vormen van zorg, waaronder insluiting en toezicht, voor een periode van elf maanden tot 3 januari 2025.
De rechtbank wees het verzoek van de advocaat af om de termijn te beperken tot zes maanden en om de toepassing van insluiting en toezicht te beperken tot twee weken per keer. De zorg wordt als evenredig en noodzakelijk beoordeeld, met inachtneming van veiligheid en het bevorderen van maatschappelijke deelname van betrokkene.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor elf maanden tot 3 januari 2025.