ECLI:NL:HR:2025:1727
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermindering van vergrijpboeten na overschrijding redelijke termijn in tweede cassatieprocedure
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam betreffende aanslagen en boeten voor de jaren 2011 tot en met 2015. De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn in deze tweede cassatieprocedure met meer dan twaalf maanden is overschreden.
Hoewel belanghebbende geen vergoeding voor immateriële schade wegens termijnoverschrijding had gevraagd, besloot de Hoge Raad de boetebedragen voor 2011 en 2012 verder te matigen met 15 procent. De boete voor 2011 werd verminderd tot € 10.115 en voor 2012 tot € 3.593. De overige aanslagen en beschikkingen bleven ongewijzigd.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest, het vonnis van de rechtbank en de beschikkingen van de inspecteur uitsluitend voor zover deze betrekking hadden op de boeten voor 2011 en 2012. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en vermindert de boeten voor 2011 en 2012 wegens overschrijding van de redelijke termijn.