ECLI:NL:PHR:2025:1122
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over proceskostenvergoeding bij schending art. 40(2) Wet WOZ
Belanghebbende maakte bezwaar tegen het niet verstrekken van de grondstaffel en KOUDV-factoren door de heffingsambtenaar in het kader van een WOZ-beschikking. Het gerechtshof oordeelde dat art. 40(2) Wet WOZ was geschonden doordat deze gegevens niet werden verstrekt, maar zag geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Dit oordeel werd in cassatie niet bestreden.
Het geschil in cassatie beperkte zich tot de vraag of het hof terecht geen proceskostenvergoeding toekende ondanks de schending van art. 40(2) Wet WOZ. De Procureur-Generaal stelde dat op grond van recente jurisprudentie (HR BNB 2025/44) een schending van dit artikel in principe leidt tot een proceskostenvergoeding, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, welke hier niet zijn gesteld.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond en stelde dat het hof aanleiding had moeten zien om proceskosten en griffierecht te vergoeden voor de gedingen bij hof en rechtbank. De zaak kon zonder verwijzing worden afgedaan. Hiermee wordt het belang van transparantie en verstrekking van gegevens in WOZ-procedures onderstreept en wordt het recht op vergoeding van proceskosten bij schending van art. 40(2) Wet WOZ bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens schending van art. 40(2) Wet WOZ.