De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen voor betrokkene voor zes maanden. De rechtbank verleende aanvankelijk een machtiging voor drie weken en hield het verzoek verder aan. Bij een voortgezette mondelinge behandeling overhandigde de officier van justitie een aanvullende medische verklaring zonder de naam van de psychiater die deze had opgesteld en ondertekend.
Betrokkene stelde dat er geen juiste diagnose was gesteld, dat er nauwelijks diagnostiek had plaatsgevonden en dat de medische verklaring onvolledig was doordat de naam van de psychiater ontbrak. De rechtbank oordeelde desalniettemin dat de verklaring voldoende zorgvuldig en helder was en verleende de machtiging voor de resterende duur.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van de Wvggz en het EVRM een zorgmachtiging niet mag worden verleend als de medische verklaring niet voldoet aan de wettelijke eisen, waaronder het vermelden van de naam van de psychiater die de verklaring opstelt en ondertekent. Het ontbreken van deze naam kan alleen worden hersteld door een verklaring van die psychiater zelf. Nu de verklaring ontbrak, mocht de rechtbank niet op basis van de medische verklaring de machtiging verlenen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van 2 juni 2025 en wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel voor verdere behandeling en beslissing.