Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Voor zover deze conclusie klachten bevat die niet anders kunnen worden begrepen dan als nieuwe, buiten de daarvoor geldende termijn voorgestelde gronden van het beroep in cassatie, gaat de Hoge Raad aan die klachten voorbij. [2] De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Minister van Justitie en Veiligheid heeft schriftelijk gereageerd op het hiervoor bedoelde verzoek en zich gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.
2.Uitgangspunten in cassatie
Bij de aangifte is een taxatierapport gevoegd van een op 27 juni 2018 verrichte taxatie. In het taxatierapport is met gebruikmaking van een door EurotaxGlass’s (hierna: Eurotax) aangeboden koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland (hierna: de koerslijst van Eurotax) de handelsinkoopwaarde van de personenauto in onbeschadigde staat bepaald op € 9.124. Omdat de personenauto volgens de taxateur meer dan normale gebruiksschade vertoonde, heeft hij op deze handelsinkoopwaarde een bedrag van afgerond € 6.499 in mindering gebracht, zodat volgens de aangifte de taxatiewaarde van de personenauto € 2.625 bedroeg.
Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1783 (hierna: het arrest van 15 november 2019), heeft Eurotax de door haar samengestelde koerslijst met ingang van 4 oktober 2021 gewijzigd in die zin dat deze niet langer de mogelijkheid biedt om bij het vaststellen van de handelsinkoopwaarde van een gebruikte personenauto rekening te houden met de hiervoor bedoelde factoren. In de koerslijst heeft Eurotax sindsdien daarover het volgende opgenomen:
3.De oordelen van het Hof
4.Beoordeling van de klacht
Verder geldt dat, aangezien voor de factoren ‘marktsituatie handelaar’ en ‘marktsituatie’ geen nader bewijs wordt verlangd, de inspecteur deze factoren uit eigen beweging moet toepassen indien hij bij naheffing gebruik maakt van de koerslijstmethode en in dat kader een koerslijst kiest waarin deze factoren voorkomen.
5.Overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure
Omdat het financiële belang bij deze cassatieprocedure minder dan € 1.000 bedraagt en de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden, wordt volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. [9]