Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
14 januari 2025.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het hof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt in de periode van augustus 2018 tot januari 2019. Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op basis van wettige bewijsmiddelen, waaronder een rapport van de politie en normen van het Functioneel Parket Afpakken. De schatting hield rekening met vijf oogsten, de bruto-opbrengst per oogst, en aftrek van kosten zoals afschrijving, hennepstekken, variabele kosten en elektriciteit.
De betrokkene stelde in cassatie onder meer dat het hof de aanvulling van bewijsmiddelen niet tijdig had opgemaakt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de noodzakelijke bewijsmiddelen en de motivering van de schatting in de uitspraak had opgenomen, zodat de klacht over de timing van de aanvulling niet relevant was. De Hoge Raad bevestigde dat de uitspraak voldoet aan de eisen van artikel 511f Sv.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De zaak werd terugverwezen voor verdere afdoening, waarbij het voordeel aan de betrokkene pondspondsgewijs werd toegerekend. De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen motivering en het gebruik van wettige bewijsmiddelen bij de vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de schatting en toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel door het hof.