Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.De beide middelen
PHvK] en 36e van het Wetboek van Strafrecht geschonden, nu het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft bepaald zonder dat de verkrijging daarvan door rekwirant daadwerkelijk vaststaat, althans dat de vaststelling van het te ontnemen bedrag onvoldoende met redenen is omkleed.” De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel is daarom volgens de steller van het middel niet naar de eisen der wet met redenen omkleed, althans onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd. Uit de toelichting op het eerste middel kunnen vier deelklachten worden afgeleid.
Hennepstekken 350 planten x € 3,81 = € 1.333,50
Variabele kosten = € 1.1358
Kosten knippers = € 750
Kosten elektricien = € 150
Huisvestingskosten = € 3.923,07 +€ 7.814,57
Standpunt van het openbaar ministerie
Betrokkene heeft daarbij kosten gemaakt die niet in mindering zijn gebracht. Hij heeft o.a.:
- € 1.700,- per maand aan huur moeten;
- € 150,- aan de elektricien moeten betalen;
- bij de oogst 4,5 kilogram aan opbrengst gehad en per kilo € 3.800,- verdiend.
Voorts moet er rekening worden gehouden met dat hij allerlei spullen heeft ingekocht, dat er één keer is geoogst en er minder planten stonden − 350 i.p.v. 464 - en dat er allemaal spint in de oogst zat, waardoor de opbrengst minder groot was. Wanneer de onkosten van de opbrengst worden afgetrokken, houdt betrokkene niets meer over. Het primaire verzoek is om het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op nihil. Het subsidiaire verzoek is om de opbrengst vast te stellen op € 17.100 en daar de kosten vanaf te halen, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel kan wordt vastgesteld op een bedrag van € 9.285,43.
€ 44.443,27.
€ 44.443,27(vierenveertigduizend vierhonderddrieënveertig euro en zevenentwintig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 44.443,27(vierenveertigduizend vierhonderddrieënveertig euro en zevenentwintig cent). […]”
Kweekruimte met moederplanten gesitueerd in een hok gemaakt van sandwich wandpanelen. In totaal stonden er 81 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 100 cm. Per m2 stonden er 4 planten. De plantenbakken waren gevuld met teelaarde. In totaal hing er in de kweekruimte 1 assimilatielamp. In de kweekruimte bevond zich 1 koolstoffilter. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
Eigenlijke spuiterij van een garage. In totaal stonden er 464 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 20 cm. Per m2 stonden er 17 planten. De kweekbedden waren gevuld met teelaarde. In totaal hingen er in de kweekruimte 23 assimilatielampen. In de kweekruimte bevonden zich 1 koolstoffilters. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
Op de 1e etage te bereiken via een vaste trap. In totaal stonden er 125 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 85 cm. Per m2 stonden er 9 planten. De kweekbedden waren gevuld met teelaarde. In totaal hingen er in de kweekruimte 14 assimilatielampen. In de kweekruimte bevonden zich 1 koolstoffilters. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Er werd gebruik gemaakt van C02 toevoeging.
Wij, verbalisanten, constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. Wij, verbalisanten, constateerden, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten betroffen.
Reden verdenking : - contractant bij [energiebedrijf] sinds 13-02-2019
- huurder van het pand.
proces-verbaal van verhoor verdachte[…], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - […]:
Dat ben ik.
Ja ik heb 1 x geoogst uit de oorspronkelijke spuitcabine. Ik had hier ongeveer 350 planten staan. Als u zegt dat dit er nu 464 zijn geweest dan kan dit.
proces-verbaal van bevindingen[…], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - […]:
Tijdens het ingestelde onderzoek in perceel [a-straat 1] te [plaats] zag ik dat:
- in diverse vuilniszakken de resten van reeds geoogste hennepplanten lagen;
- er werden afgeknipte wortelresten aangetroffen in vuilniszakken;
- de filterdoek van het aanwezige koolstoffilter enorm vervuild was. Bij het verplaatsen van de ophangbevestiging bleek dat op de plaats waar deze ophangbevestiging was aangebracht, het filterdoek een lichtere kleur vertoonde ten opzichte van de donkere kleur van de overige filterdoek. Het is aannemelijk dat de vervuiling van de filterdoek in de kweektent is opgetreden nadat de koolstoffilter in de kweektent was opgehangen. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op en veroorzaakt kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt en van het vrijkomende stof bij het oogsten van hennepplanten. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kwekerij komen deze stofdeeltjes op het filterdoek terecht;
- ernstige alg, en kalkafzetting in de goot;
- er werden vervuilde knipscharen aangetroffen in vermoedelijk slaolie;
- de apparatuur in de kweektent was bedekt met een laagje onaangeroerd stof;
- de bekabeling ernstig vervuild was.
rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij[…], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - […]:
Variabele kosten€ 1.800,32
Elektriciteitskosten€ 150
Hennepknippers€750
Huisvestingskosten€ 3.923,07
Totaal aan kosten €
6.923,39
Bruto opbrengst 1 oogst x € 5 1366,66 = € 51.366, 66
Totale kosten 1 oogst x € 6.923,39 = € 6.923,9,39
Wederrechtelijk verkregen voordeel. = € 44.443,2”
Geerings tegen Nederlandzou volgen dat ontnemingen die gebaseerd zijn op ‘presumptions of guilt’ in strijd zijn met art. 6 lid 2 EVRM Pro omdat het bewijs boven redelijke twijfel verheven moet zijn. [2] Het hof heeft de volledige hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op basis van schattingen uit de ontnemingsrapportage terwijl de betrokkene een bekennende verklaring heeft afgelegd met daarin concrete feitelijke aantallen en bedragen, meer specifiek dat de eerste oogst slechts bestond uit 350 planten en niet uit een aantal van 464 planten waarvoor het hof onverklaarbaar zou hebben gekozen. Hierbij merkt de steller van het middel op dat de verklaring bevestiging vindt in het politiedossier, waaruit zou blijken dat slechts in één van de vier kweekruimtes sprake was van een eerdere oogst, en verder dat het hof is uitgegaan van 17 planten per vierkante meter, terwijl “het een feit van algemene bekendheid is dat er doorgaans slechts 15 planten per vierkante meter staan”.
Geerings tegen Nederlandvolgt eerst en vooral dat art. 6 lid 2 EVRM Pro zich verzet tegen het ontnemen van voordeel verkregen door feiten waarvan de betrokkene is vrijgesproken. [8] Deze kwestie is in de onderhavige zaak niet aan de orde, hetgeen overigens ook niet in de schriftuur wordt beweerd. Waar het wel om gaat is dat in het arrest-
Geeringsook het volgende wordt overwogen (in par. 47): “If it is not found beyond a reasonable doubt that the person affected has actually committed the crime, and if it cannot be established as fact that any advantage, illegal or otherwise, was actually obtained, such a measure can only be based on a presumption of guilt. This can hardly be considered compatible with Article 6 § 2.” Deze Straatsburgse jurisprudentie vindt erkenning in de rechtspraak van de Hoge Raad zoals hiervoor opgenomen onder 3.10.
Geeringsniet dat de vaststelling van het ontnemingsbedrag niet op schattingen mag zijn gebaseerd. Het gaat er wel om dat de schatting van de omvang van het voordeel op grond van art. 511f Sv op de inhoud van wettige bewijsmiddelen is gegrond (zie hiervoor onder 3.11 en 3.12). Ook voor zover de steller van het middel betoogt dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet uitsluitend op de inhoud van een financieel rapport mag berusten, miskent dit dat daaraan als zodanig geen rechtsregel in de wegstaat (zie onder 3.11). Het hof heeft het aantal van 464 planten mede gebaseerd op de ontnemingsrapportage waaruit – door een telling van de daar aanwezige verbalisant – is gebleken dat er in de kweekruimte bij het aantreffen van de hennepkwekerij minimaal 464 hennepplanten stonden, dat de oppervlakte van de beplanting in de kweekruimte 27,3 m2 was en dat er per m2 17 hennepplanten stonden (bewijsmiddel 5). In de ontnemingsrapportage wordt voorts verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen (bewijsmiddel 3), waarin is geverbaliseerd dat het “zeer aannemelijk [is] dat er in kweekruimte 3 ten minste 1 voltooide oogst van hennepplanten is geweest”. In de ontnemingsrapportage is weliswaar ten aanzien van de kweekruimte waarin 464 hennepplanten zijn aangetroffen niet gespecificeerd om welke van de vier aangetroffen kweekruimtes het ging (er wordt immers slechts gesproken van “de kweekruimte”), maar aangezien het aantal aangetroffen hennepplanten correspondeert met het aantal aangetroffen hennepplanten in kweekruimte 3, [9] is de vaststelling van het aantal van 464 planten door het hof niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. De stelling in de schriftuur dat het hof is uitgegaan van 17 planten per vierkante meter “terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat er doorgaans slechts 15 planten per vierkante meter staan” doet daaraan niet af.