ECLI:NL:HR:2025:910
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonheffingen
In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. Het geschil betreft een naheffingsaanslag in de loonheffingen over de jaren 2016 en 2017, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel faalt op de gronden zoals vermeld in een gerelateerd arrest (ECLI:NL:HR:2025:827). De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens dat het beroep ongegrond verklaard moest worden.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van belanghebbende voor het geding in cassatie. Hierbij is rekening gehouden met de samenhang van deze zaak met een andere zaak in het kader van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.