ECLI:NL:HR:2026:1152
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op proceskostenvergoeding bij schending Wet WOZ
Belanghebbende stelde beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelasting 2021.
Het Hof had vastgesteld dat de heffingsambtenaar de toezendplicht uit artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ had geschonden, maar oordeelde dat belanghebbende daardoor niet was benadeeld en wees proceskostenvergoeding af.
De Hoge Raad oordeelt dat een schending van artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ wel leidt tot proceskostenvergoeding, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval is.
De uitspraak van het Hof wordt vernietigd voor zover het proceskosten en griffierechten betreft. Het bestuur en de heffingsambtenaar worden veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten voor Rechtbank, Hof en cassatie.
De Hoge Raad past de vermenigvuldigingsfactor 0,10 toe conform de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm, en bevestigt daarmee het recht op vergoeding ondanks het niet vernietigen van de WOZ-beschikking zelf.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt het bestuur en de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierechten wegens schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ.