Uitspraak
1.De prejudiciële procedure
2.Uitgangspunten en feiten
Boedelvorderingen per groep HoofdsomUWV-premie wg-deel SV (hoog preferent) 87.766,38Vordering UWV (preferent) 824.893,18Vordering werknemers (preferent) 131.565,10UWV-pensioenpremie (concurrent) 102.877,79Overig (concurrent) 2.218,82Totaal Hoofdsom 1.159.296,89
– dat de curator de wettelijke rente en de wettelijke verhoging verschuldigd is over de boedelschuld aan de werknemers uit hoofde van art. 40 lid 2 Fw Pro,
– dat zowel de vordering ter zake van de wettelijke rente als die ter zake van de wettelijke verhoging als boedelschuld zijn te kwalificeren waaraan de preferentie van art. 3:288 onder Pro e BW verbonden is, en
– dat de curator uit hoofde van zijn wettelijke taak gehouden is werknemers uit eigen beweging omtrent hun aanspraak op de boedel uit hoofde van de wettelijke rente en/of de wettelijke verhoging ingevolge art. 7:625 BW Pro te informeren.
3.Beantwoording van de prejudiciële vragen
4.Beslissing
13 februari 2026.