ECLI:NL:HR:2026:438
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over bewijslast bij WOZ-waardering en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een B.V., betwistte de door het Dagelijks Bestuur van de Regionale Belasting Groep vastgestelde WOZ-waarde van haar onroerende zaak voor 2019, vastgesteld op €357.000 op basis van een taxatierapport met gebruik van de Taxatiewijzer. Het Hof Den Haag oordeelde dat belanghebbende de afwijking van de kengetallen uit de Taxatiewijzer moest onderbouwen en aannemelijk maken, en verwierp haar beroep.
In cassatie stelde belanghebbende dat de bewijslast voor de restwaardes van ruwbouw, afbouw en installaties bij de heffingsambtenaar ligt, ook bij afwijking van de Taxatiewijzer. De Hoge Raad bevestigde dat de stelplicht en bewijslast in beginsel bij de heffingsambtenaar rusten, maar erkende een uitzondering als een partij de Taxatiewijzer als uitgangspunt aanvaardt en een afwijking wil aantonen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de bewijslast bij belanghebbende legde voor de afwijking van de kengetallen, omdat belanghebbende de richtsnoeren van de Taxatiewijzer niet als uitgangspunt had aanvaard. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, met inachtneming van de recente jurisprudentie. Tevens werd het Dagelijks Bestuur veroordeeld in de kosten van cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met correcte bewijslastverdeling.