ECLI:NL:HR:2026:495
Hoge Raad
- Prejudiciële beslissing
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wijziging onderlinge verhouding fiscale partners na collectieve uitspraak in massaalbezwaarprocedure
In deze prejudiciële beslissing beantwoordt de Hoge Raad vragen van de Rechtbank Den Haag over de mogelijkheid van fiscale partners om de onderlinge verhouding voor de grondslag sparen en beleggen te wijzigen nadat een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) onherroepelijk is geworden door een collectieve uitspraak in een massaalbezwaarprocedure.
Belanghebbende en zijn partner hadden bezwaar gemaakt tegen de aanslag over 2017, die onderdeel was van een massaal bezwaar over de box 3-heffing. Na een collectieve uitspraak werd de aanslag verminderd, maar de Inspecteur weigerde een verdere vermindering toe te staan op grond van een wijziging van de onderlinge verhouding tussen de partners. De Rechtbank stelde prejudiciële vragen over de termijn waarbinnen een dergelijke wijziging nog mogelijk is.
De Hoge Raad oordeelt dat, hoewel de aanslag onherroepelijk is geworden door de collectieve uitspraak, de partners de onderlinge verhouding nog kunnen wijzigen tot zes weken nadat de Inspecteur de aanslag individueel heeft verminderd ter uitwerking van die collectieve uitspraak. Dit volgt uit een redelijke interpretatie van artikel 2.17, lid 4, Wet IB 2001, in samenhang met artikel 25e AWR, waarbij de wetgever niet had voorzien dat massaalbezwaarprocedures deze wijzigingsmogelijkheid zouden beperken.
De beslissing benadrukt dat de termijn van zes weken na de individuele vermindering geldt omdat de partners dan pas voldoende duidelijkheid hebben over de cijfermatige gevolgen van de toerekening en eventuele wijziging daarvan. Ambtshalve verminderingen na deze termijn bieden geen extra mogelijkheid tot wijziging van de onderlinge verhouding.
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen dan ook in die zin dat de wijziging van de onderlinge verhouding mogelijk blijft tot zes weken na de individuele vermindering van de aanslag door de Inspecteur na de collectieve uitspraak.
Uitkomst: Fiscale partners kunnen de onderlinge verhouding wijzigen tot zes weken na de individuele vermindering van de aanslag na een collectieve uitspraak in een massaalbezwaarprocedure.