Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in eerste aanleg
De feiten
4.Schriftelijke opmerkingen naar aanleiding van de prejudiciële vragen
amicusvan de Hoge Raad heeft het volgende naar voren gebracht:
amicusheeft deze bijlage later ingetrokken.
5.Wettelijk kader
Artikel 25c
6.Gemeenschappelijke bijlage bij conclusies van 25 oktober 2024
carry backbezwaarlijk kan worden gezien als een bijzondere omstandigheid en dat die situatie reeds daarom niet voldoet aan de voorwaarden waaronder een rechtsregel buiten toepassing dient te worden gelaten. Ten aanzien van de situatie waarin een verzoek om ambtshalve vermindering gegrond is en wordt verleend (op andere redenen dan de wijziging van de keuze voor toedeling), heb ik geschreven dat ik erover twijfel of het niet toestaan van een herziening van de toedelingskeuze kan worden aangemerkt als een rechtsgevolg dat strijdig is met algemene rechtsbeginselen of ander ongeschreven recht: [31]
7.Analyse
opt-out’ mogelijk. Anders dan onder het oude stelsel krijgt de belastingplichtige niet een individuele uitspraak op bezwaar waartegen beroep mogelijk is indien de inspecteur geheel of gedeeltelijk in het ongelijk wordt gesteld en kan hij de collectieve uitspraak niet laten vervangen door een individuele uitspraak (5.15). De aanwijzing massaal bezwaar benadeelt de belastingplichtige dus in zijn rechtsbescherming ten opzichte van anderen wier bezwaren niet onder de aanwijzing vallen, zonder dat hij invloed heeft op die aanwijzing of op het niet selecteren van zijn zaak als proefprocedure. Verder ontstaat bij toepassing van de massaalbezwaarregeling een verschil in behandeling tussen degenen die in hun bezwaar alleen de ‘massaalbezwaarrechtsvraag’ aan de orde stellen en degenen die daarnaast nog een andere individuele bezwaargrond aanvoeren. In het laatste geval moet het bezwaar worden gesplitst en wordt het individuele bezwaar bij voorkeur pas behandeld nadat de massaalbezwaarprocedure is afgerond. Dat betekent dat degene die zo’n individuele bezwaargrond heeft aangevoerd nog wel de kans heeft de toedelingskeuze te herzien nadat de massaalbezwaarprocedure is afgerond. Saillant is voorts dat degene wiens zaak geselecteerd wordt als proefprocedure, wel na het arrest van de Hoge Raad weet waar hij aan toe is, en vervolgens zes weken de tijd heeft om samen met zijn partner de toerekeningskeuze te herzien. Art. 25d AWR voorziet niet in procedurele waarborgen voor het selectieproces en ook is niet voorzien in rechtsmiddelen voor degenen wier zaak niet is geselecteerd. Zij kunnen zich alleen tot de burgerlijke rechter wenden. [38] Al met al meen ik dat onverkorte toepassing van art. 2:17(4) Wet IB 2001 in massaalbezwaarsituaties leidt tot een onaanvaardbare ongelijke behandeling van gelijke gevallen.