Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het wrakingsverzoek
3.Beslissing
27 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Verzoeker heeft in cassatieberoep wraking verzocht van twee leden van de Hoge Raad die betrokken zijn bij zijn belastingzaken. Het wrakingsverzoek is gebaseerd op eerdere beslissingen van deze raadsheren waarin verzoeker niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Hoge Raad stelt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat het enkele feit dat zij eerder tegen een partij hebben beslist geen reden is voor wraking. Verzoeker heeft geen uitzonderlijke omstandigheden aangevoerd die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer heeft het verzoek daarom ongegrond verklaard en afgewezen. Verzoeker is niet verschenen bij de mondelinge behandeling en de advocaat-generaal heeft afzien van conclusie. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.