ECLI:NL:HR:2026:917
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beleidsvrijheid Staatssecretaris bij toepassing belastingverdragen en vernietigt hofuitspraak over gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, een piloot woonachtig in Nederland, had voor de jaren 2015-2017 in zijn aangiften de vrijstellingsmethode toegepast ter voorkoming van dubbele belasting, terwijl het belastingverdrag met Turkije de verrekeningsmethode voorschrijft. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op omdat de verrekeningsmethode moest worden toegepast.
Het hof oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel vereiste dat belanghebbende ook de vrijstellingsmethode uit het Golfstatenbesluit kon toepassen, omdat anders sprake zou zijn van ongelijke behandeling ten opzichte van piloten die in Golfstaten werken. Het hof vernietigde daarom de navorderingsaanslagen.
De Hoge Raad stelt dat het hof de beleidsvrijheid van de Staatssecretaris miskende. De Staatssecretaris mag begunstigende beleidsregels beperken tot verdragen met bepaalde staten, zoals de Golfstaten, zonder dat dit een schending van het gelijkheidsbeginsel oplevert. De uitspraak van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling van de overige geschilpunten.
De Hoge Raad bevestigt daarmee dat verschillen in belastingverdragen en de beleidsvrijheid bij de toepassing daarvan niet als discriminatie of willekeur mogen worden aangemerkt. Het gelijkheidsbeginsel staat niet in de weg aan eenzijdige beleidsregels die begunstigingen beperken tot specifieke verdragslanden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de beleidsvrijheid van de Staatssecretaris bij het beperken van begunstigende regels tot verdragen met Golfstaten.