ECLI:NL:HR:2026:949
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen schending toezendplicht Wet WOZ inzake indexeringspercentages
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor 2021 en verzocht om inzage in de onderbouwing van de gehanteerde indexeringspercentages. De heffingsambtenaar verstrekte het gemiddelde indexeringspercentage voor het objecttype en waardegebied per e-mail.
Het Hof oordeelde dat de indexeringspercentages en de onderbouwing daarvan niet onder de toezendplicht van artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ vallen, zodat geen schending van die plicht had plaatsgevonden. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het Hof over de reikwijdte van artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ juist was, maar dat het beroep in cassatie niet slaagt omdat de gevraagde indexeringspercentages reeds in de bezwaarfase waren verstrekt. Klachten over gebruikmaking van transactiedata konden niet in cassatie worden behandeld omdat dit een feitelijke beoordeling vereist.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de toezendplicht van artikel 40 lid 2 Wet WOZ wordt niet geschonden.