Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Vertrouwensbeginsel
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een bouw- en installatiebedrijf, kreeg voor de jaren 2000 en 2001 naheffingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd wegens grove schuld bij het niet tijdig betalen van winstbelasting. Na een langdurige procedure van meer dan 11,5 jaar tussen bezwaar en uitspraak, stelde belanghebbende dat de redelijke termijn was overschreden en dat dit tot vernietiging van de naheffingsaanslagen en boetes moest leiden.
Het Gerecht oordeelde dat het uitblijven van een reactie van de Inspecteur op de bezwaarschriften geen vertrouwen kan wekken dat de bezwaren in het voordeel van belanghebbende zouden worden afgedaan. Verder kan overschrijding van de redelijke termijn niet leiden tot vermindering van de naheffingsaanslagen, noch tot vergoeding van immateriële schade, omdat de belastingwetgeving in Curaçao dit niet toestaat.
Wel erkende het Gerecht dat de overschrijding van de redelijke termijn aanleiding kan zijn voor matiging van de vergrijpboetes. Gezien de meer dan twaalf jaar verstreken sinds het voornemen tot boeteoplegging, matigde het Gerecht de boetes met 20%. Het beroep tegen de naheffingsaanslagen werd ongegrond verklaard, het beroep tegen de boetes gegrond. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen worden gehandhaafd, maar de vergrijpboetes worden met 20% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.