ECLI:NL:OGEAM:2018:71
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke geschil over vergoeding van overwerk in geld of tijd-voor-tijd
De werknemer vordert vergoeding van overwerkuren die hij in de periode 2012 tot en met 2015 heeft gemaakt. De werkgever stelt dat de werknemer vanwege een hoog bruto jaarsalaris geen recht heeft op geldelijke uitbetaling van overwerk, maar slechts op tijd-voor-tijd compensatie, conform de Arbeidsregeling en een vijfdaagse werkweek. De werknemer betwist de juistheid van de salarisopgaven van de werkgever en wijst op het ontbreken van een betrouwbaar logboek van gewerkte uren.
Het Gerecht stelt vast dat de werknemer in 2013 en 2014 boven de loongrens van de Arbeidsregeling verdiende, maar in 2012 net daaronder zat, waardoor voor 2012 recht op geldelijke vergoeding bestaat. Voor 2013 en 2014 oordeelt het Gerecht dat de werkgever onrechtmatig heeft gehandeld door het overwerk niet in geld te vergoeden, aangezien de werkgever jarenlang overwerk via tijd-voor-tijd compenseerde en pas in 2015 overging op geldelijke uitbetaling. Dit duidt op een beloningsstructuur die niet schriftelijk is overeengekomen, wat strijdig is met artikel 25.1 van de Arbeidsregeling.
Verder wijst het Gerecht erop dat de werkgever onvoldoende administratie heeft gevoerd van de gewerkte overuren en onterecht vertrouwt op onvolledige Excel-overzichten. Het Gerecht wijst de vordering van de werknemer toe tot een bedrag van NAf 26.923,41 bruto, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid. Proceskosten worden deels toegewezen aan de werkgever, die ook in de griffierechten wordt veroordeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van NAf 26.923,41 bruto plus wettelijke rente voor overwerk van 2012-2015.