ECLI:NL:PHR:1995:AA3167
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering eigen woning en vorderingen bij ouderlijke boedelverdeling in successierecht
In deze zaak gaat het om de fiscale waardering van de eigen woning en de vorderingen van kinderen op de langstlevende echtgenoot bij toepassing van een ouderlijke boedelverdeling in het kader van de Successiewet 1956. De erflater overleed in 1990, waarbij de nalatenschap onder de echtgenoten in algehele gemeenschap van goederen viel. De langstlevende echtgenoot kreeg de eigen woning toegedeeld, waarbij de kinderen vorderingen kregen wegens overbedeling.
De kern van het geschil betreft de toepassing van artikel 21, lid 4, van de Successiewet 1956, dat bepaalt dat de eigen woning voor 60% van de leegwaarde wordt gewaardeerd voor de heffing van successierecht. Het hof oordeelde dat deze waarderingsregel alleen geldt voor de echtgenoot die de woning verkrijgt, en niet voor de kinderen die vorderingen op haar hebben. De kinderen moeten hun vorderingen waarderen op basis van de volle waarde (leegwaarde) van de woning.
De Hoge Raad bevestigt dat de ouderlijke boedelverdeling een testamentaire making is en dat de heffing van successierecht zich aansluit bij het resultaat van deze boedelverdeling. Civielrechtelijk krijgen de kinderen een vordering op de langstlevende, die moet worden gewaardeerd op de volle waarde van de woning. De fiscale waardering van de eigen woning met 60% drukt daarmee op de verkrijging van de langstlevende echtgenoot. De Hoge Raad vernietigt het hofuitspraak en vermindert de aanslagen successierecht overeenkomstig deze waardering.
De uitspraak bevat ook een uitgebreide bespreking van de wetsgeschiedenis, literatuur en jurisprudentie over de waardering van de eigen woning en effecten in het kader van successierecht, en de gevolgen van ouderlijke boedelverdelingen voor de fiscale waardering van vorderingen en verkrijgingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofuitspraak en vermindert de aanslagen successierecht op basis van juiste waardering van de eigen woning en vorderingen bij ouderlijke boedelverdeling.