ECLI:NL:PHR:1997:AA2256
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Premieplicht Nederlandse volksverzekeringen bij grensoverschrijdende zelfstandige activiteiten
De zaak betreft de vraag of belanghebbende, die in Nederland woonde en werkzaamheden verrichtte in Duitsland als houdster van een GmbH, premieplichtig was voor de Nederlandse volksverzekeringen over 1986. Belanghebbende was niet in loondienst, maar genoot wel een beloning en verrichtte werkzaamheden vanuit Nederland, waaronder verhuur van onroerend goed en handel in tandtechnische materialen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende premieplichtig was, omdat zij beroepswerkzaamheden verrichtte in Nederland. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat haar activiteiten slechts vermogensbeheer betroffen en dat de Verordening 1408/71 van de Europese Gemeenschappen niet van toepassing was op haar situatie.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de reikwijdte van het begrip zelfstandige en beroepswerkzaamheden. De Hoge Raad concludeert dat het hof onvoldoende concreet heeft vastgesteld welke werkzaamheden belanghebbende in Nederland verrichtte en dat de zaak daarom niet geschikt is om prejudiciële vragen aan het HvJ EG te stellen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof voor nadere feitenvaststelling en beoordeling. De zaak betreft complexe grensoverschrijdende sociale zekerheidsrechtelijke vraagstukken over de toepassing van Europese verordeningen op zelfstandigen met activiteiten in meerdere lidstaten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere feitenvaststelling en beoordeling.