ECLI:NL:PHR:2000:AA5173
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over alimentatiewijziging wegens onduidelijkheid vermogensontwikkeling vrouw
Partijen zijn in 1983 gehuwd en het huwelijk werd in 1996 ontbonden. De man was verplicht levensonderhoud aan de vrouw te betalen. In 1997 verzocht de man om wijziging van deze alimentatie, stellende dat het vermogen van de vrouw was verminderd zonder objectieve noodzaak, waardoor haar behoefte lager zou zijn.
Het hof Amsterdam wees het verzoek af, uitgaande van de door de vrouw opgegeven vermogensgegevens in haar aangiften vermogensbelasting 1997-1999. De man stelde dat het hof ten onrechte geen rekening hield met een aanzienlijke vermogensvermindering die niet werd verklaard en dat het hof zijn motiveringsplicht had geschonden door deze essentiële stelling te negeren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het rekening hield met de vermogensvermindering van de vrouw, terwijl deze zonder objectieve noodzaak zou zijn verminderd. De zaak wordt daarom vernietigd en verwezen voor verdere behandeling en beslissing. De vrouw is in cassatie niet verschenen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling en beslissing.