ECLI:NL:PHR:2000:AA6929
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over bezwaarrecht belastingplichtige BPM en terugwijzing naar inspecteur
De zaak betreft een geschil tussen X BV en de inspecteur over de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) over het tijdvak oktober 1996. Een derde, vermoedelijk de importeur, had namens X BV de BPM voldaan. X BV maakte bezwaar tegen de afdracht, maar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar volgens hem alleen door degene die de belasting op aangifte heeft voldaan kon worden ingediend.
Het hof bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad stelt echter dat de letterlijke tekst van artikel 24 AWR Pro niet toelaat dat de belastingplichtige bezwaar maakt tegen de namens hem door een derde betaalde BPM, terwijl dit volgens de wetgever onbedoeld is. De Hoge Raad oordeelt dat de belastingplichtige in dit geval wel bezwaar moet kunnen maken.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en de uitspraak van de inspecteur en wijst de zaak terug naar de inspecteur om het bezwaar opnieuw te beoordelen, inclusief ontvankelijkheid en inhoudelijke beoordeling. De Hoge Raad onderstreept dat de materiële geschilpunten nog niet zijn behandeld en dat dit in de verdere procedure zal moeten gebeuren.
De conclusie benadrukt het belang van rechtsbescherming en corrigeert een onbedoelde omissie in de wetgeving omtrent het bezwaarrecht van belastingplichtigen bij BPM. De zaak wordt terugverwezen voor een volledige behandeling van het bezwaar door de inspecteur.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur voor hernieuwde beoordeling van het bezwaar.