ECLI:NL:PHR:2000:AA9970
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rechtmatigheid en toetsing van onteigening voor ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting
De zaak betreft een geschil over de rechtmatigheid van een onteigening door de gemeente Eindhoven van een perceel ten behoeve van het bestemmingsplan Welschap D, dat samenhangt met de ontwikkeling van de wijk Meerhoven. De onteigening is gebaseerd op titel IV van de Onteigeningswet, gericht op ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting.
[Eiseres] betoogt dat de onteigening onrechtmatig is omdat deze niet op de juiste wettelijke grondslag is gebaseerd, onvoldoende gemotiveerd is en dat de belangenafweging onjuist is uitgevoerd. Ook stelt zij dat de onteigening niet noodzakelijk was en dat de gemeente het onmogelijk heeft gemaakt om het perceel op minnelijke wijze te verkrijgen.
De Hoge Raad bevestigt dat titel IV van de Onteigeningswet niet beperkt is tot volkshuisvesting maar ook ruimtelijke ontwikkeling omvat, en dat de rechter de rechtmatigheid van het onteigeningsbesluit moet toetsen, waarbij een marginale toetsing geldt voor bestuursafwegingen. Tevens wordt bevestigd dat bezwaren die niet tijdig in de administratieve fase zijn ingebracht, in principe niet door de rechter mogen worden betrokken, tenzij zij de rechtmatigheid van de onteigening fundamenteel raken.
De Hoge Raad oordeelt dat de onteigening in het algemeen belang is en noodzakelijk is voor de uitvoering van het bestemmingsplan, waarbij het verband tussen de verplaatsing van het Technisch Areaal en de realisering van de wijk Meerhoven relevant is. De klacht over de samenstelling van de kamer wordt verworpen, en het beroep in cassatie wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de onteigening is rechtmatig en de procedure correct.