ECLI:NL:PHR:2001:AB2609
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over Nederlandse kapitaalsbelasting en EG-vestigingsvrijheid voor Antilliaanse vennootschap
De zaak betreft X B.V., een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap met feitelijke leiding op de Nederlandse Antillen (Curaçao). Na een kapitaalsuitbreiding betaalde de vennootschap kapitaalsbelasting in Nederland, waartegen zij bezwaar maakte. Zowel de inspecteur als het hof wezen het bezwaar af. De kern van het geschil is of de Nederlandse heffing van kapitaalsbelasting in strijd is met het EG-Verdrag en de EG-kapitaalsbelastingrichtlijn, met name gezien de associatiestatus van de Nederlandse Antillen.
De Hoge Raad concludeert dat de Nederlandse Antillen als land binnen het Koninkrijk der Nederlanden geen lidstaat van de EG zijn, maar een bijzondere associatiestatus hebben. Hierdoor geldt het EG-Verdrag niet rechtstreeks voor de Antillen, en is de situatie intern binnen het Koninkrijk. De vestigingsvrijheid van het EG-Verdrag biedt daarom geen bescherming tegen de Nederlandse kapitaalsbelastingheffing in deze situatie.
Voorts bespreekt de Hoge Raad de status van de Nederlandse Antillen als 'derde land' in de zin van de kapitaalsbelastingrichtlijn. Hoewel de status niet volledig acte clair is, acht de Hoge Raad het aannemelijk dat de Antillen als derde land gelden, waardoor Nederland heffingsbevoegd blijft. Ook het discriminatieverbod van art. 26 IVBPR Pro wordt van ambtswege getoetst; de Hoge Raad concludeert dat de ongelijke behandeling van Nederlandsrechtelijke en vreemdrechtelijke vennootschappen in dit kader niet gerechtvaardigd is, maar dat in cassatie geen schadevergoeding kan worden toegekend. De zaak wordt daarom afgedaan met vernietiging van de eerdere uitspraken en teruggaaf van de betaalde kapitaalsbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere uitspraken en beveelt teruggaaf van betaalde kapitaalsbelasting aan de belanghebbende.