ECLI:NL:PHR:2007:BB7936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over renteaftrek en fraus legis bij intraconcern dividendleningen en fiscale eenheid
Deze zaak betreft zes procedures over de toepassing van fraus legis op intraconcern vervanging van eigen vermogen door vreemd vermogen binnen een concern actief in autodealer- en leaseactiviteiten. De moedermaatschappij verplaatste haar werkelijke leiding naar de Nederlandse Antillen, waarbij een rentestroom van Nederland naar de West ontstond.
De kern van het geschil betreft de renteaftrek op een door X2 B.V. aan haar moeder X1 B.V. betaalde lening ter grootte van een dividenduitkering, de zakelijkheid van het rentepercentage op een overige rekening-courantschuld, en de omvang en toevoeging aan de reserve assurantie eigen risico (RAER). Het hof oordeelde dat de renteaftrek op de dividendschuld in strijd is met doel en strekking van de Wet Vpb wegens fraus legis, omdat het samenstel van rechtshandelingen geen zakelijk doel diende en de rente niet onderworpen was aan een redelijke belastingheffing.
De Hoge Raad bevestigt dat de omzetting van dividend in een rentedragende lening vermoed wordt niet zakelijk te zijn, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, hetgeen hier niet is gebeurd. De toepassing van artikel 25 BRK Pro op de houdstermaatschappij werd verworpen omdat deze ook een actieve onderneming dreef. De RAER blijft belastbaar in Nederland ondanks zetelverplaatsingen, en de vrijval in 1996 behoort tot de Nederlandse winst. De dotatie aan de RAER in 1997 werd terecht gecorrigeerd wegens onzakelijkheid.
De Hoge Raad overweegt voorts dat de weigering van renteaftrek geen verboden beperking van het vrije kapitaalverkeer oplevert, mits zij proportioneel is en gericht op het bestrijden van misbruik. De zaak roept prejudiciële vragen op over de toepassing van het vrije kapitaalverkeer en antimisbruikmaatregelen in derdelandensituaties, met name over de verhouding tussen Nederlandse en buitenlandse belastingdruk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de beroepen deels ongegrond en deels gegrond, stelt prejudiciële vragen aan het HvJ EG en bevestigt toepassing van fraus legis op renteaftrek.