ECLI:NL:PHR:2007:AY3632
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over fraus legis en renteaftrek bij intraconcern dividendleningen met zetelverplaatsing naar de Nederlandse Antillen
Deze zaak betreft zes procedures over de toepassing van fraus legis op intraconcern vervanging van eigen vermogen door vreemd vermogen binnen een concern actief in autolease, waarbij de moedervennootschap haar werkelijke leiding verplaatste naar de Nederlandse Antillen.
De kern van het geschil is of renteaftrek op een rentedragende lening, die voortvloeit uit een dividenduitkering die niet is betaald maar omgezet in schuld, terecht wordt geweigerd omdat het samenstel van handelingen primair gericht was op belastingontwijking. Het Hof oordeelde dat de omzetting van dividend in schuld vermoed wordt niet zakelijk te zijn, tenzij het tegendeel wordt bewezen, hetgeen niet is gebeurd. De renteaftrek werd daarom geweigerd met toepassing van fraus legis. Daarnaast werd de zakelijkheid van het rentepercentage op een andere rekening-courantschuld betwist en werd de omvang van de assurantiereserve (RAER) besproken.
De belanghebbenden voerden aan dat de toepassing van artikel 25 BRK Pro en artikel 28b Wet Vpb. een voldoende compenserende heffing oplevert, en dat de weigering van renteaftrek in strijd is met het vrije kapitaalverkeer. De Hoge Raad bevestigt dat artikel 25 BRK Pro niet van toepassing is op houdstermaatschappijen die ook een actieve onderneming drijven en dat de Arubaanse belasting van 3% niet als redelijk kan worden aangemerkt. De Hoge Raad verwijst naar jurisprudentie waarin wordt vastgesteld dat belastingontwijking geen beroep op het vrije kapitaalverkeer rechtvaardigt.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof terecht de bewijslast bij de belastingplichtigen legt voor het aantonen van zakelijkheid van de rente en dat het Hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat het rentepercentage onzakelijk was. Ook de correcties op de assurantiereserve worden besproken, waarbij de Hoge Raad oordeelt dat een belastingplichtige vrij staat om een eerder ingenomen standpunt in de aangifte te herzien zolang de aanslag niet onherroepelijk is.
Ten slotte beveelt de Procureur-Generaal om voor de jaren 1994 tot en met 1997 prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de reikwijdte van het vrije kapitaalverkeer en de rechtvaardiging van renteaftrekweigering in derdelandensituaties.
Uitkomst: Renteaftrek op intraconcern dividendleningen wordt geweigerd wegens fraus legis, met uitzondering van het beroep over 1996 dat gegrond wordt verklaard.