ECLI:NL:PHR:2007:BB7939
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over renteaftrek, fraus legis en toepassing artikel 25 BRK bij intraconcern dividendleningen
Deze zaak betreft zes procedures over de aftrekbaarheid van rente op intraconcern dividendleningen tussen Nederlandse vennootschappen en hun houdstermaatschappijen, waarbij de werkelijke leiding van de moedervennootschap naar de Nederlandse Antillen werd verplaatst. De centrale vraag is of de renteaftrek in strijd is met doel en strekking van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb.) wegens fraus legis.
De Hoge Raad bevestigt dat renteaftrek geweigerd kan worden als de lening is aangegaan met als doorslaggevende beweegreden belastingverijdeling, geen zakelijk doel dient en de rente niet aan een redelijke belastingheffing is onderworpen. Het Hof heeft geoordeeld dat de omzetting van dividend in een rentedragende lening geen zakelijk doel had en dat de rente niet onderworpen was aan een redelijke heffing, mede omdat artikel 25 BRK Pro niet van toepassing is op actieve ondernemingen zoals hier.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de bewijslastverdeling correct is en dat het Hof terecht het bewijsaanbod van de belanghebbenden heeft gepasseerd. Ook wordt bevestigd dat de correctie van onzakelijke rentepercentages en de dotaties aan de assurantiereserve terecht zijn beoordeeld. De Hoge Raad overweegt dat het vrije kapitaalverkeer zich ook uitstrekt tot derde landen zoals Aruba en de Nederlandse Antillen, maar dat antimisbruikmaatregelen proportioneel moeten zijn.
Gezien de complexiteit en de mogelijke impact op het vrije kapitaalverkeer stelt de Hoge Raad voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te stellen over de toepassing van het vrije kapitaalverkeer en de rechtvaardiging van renteaftrekweigering in derdelandensituaties.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toepassing van fraus legis en stelt prejudiciële vragen over het vrije kapitaalverkeer en de rechtvaardiging van renteaftrekweigering.