ECLI:NL:PHR:2001:AB3138
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over renteaftrek en wetsontduiking bij teruglenen van dividenden in vennootschapsbelasting
In deze zaak staat centraal de vraag of de door B.B.V. aan A N.V. verschuldigde rente aftrekbaar is van de belastbare winst van belanghebbende, X B.V. De Inspecteur heeft dit ontkennend beantwoord wegens wetsontduiking. Het Hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat de dividenduitkeringen en de daaropvolgende geldleningen geen zakelijke motieven hadden en slechts dienden om belastingheffing te verijdelen.
De Hoge Raad bevestigt het uitgangspunt dat rente op geldleningen in beginsel aftrekbaar is, ook indien verstrekt door aandeelhouders, mits deze leningen een reële financieringsfunctie hebben binnen de onderneming. Echter, indien rechtshandelingen geen wezenlijke verandering in vermogenspositie of zeggenschap teweegbrengen en primair gericht zijn op belastingontwijking, kan renteaftrek worden geweigerd.
De Hoge Raad benadrukt de toepassing van de zogenaamde verschillende-wegenleer, waarbij belastingplichtigen de fiscaal voordeligste route mogen kiezen, maar excessen die leiden tot willekeurige en voortdurende verijdeling van belastingheffing niet zijn toegestaan. Het Hof heeft terecht een vermoeden van wetsontduiking aangenomen, maar heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de lening niet zakelijk zou zijn.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar een ander hof, met bijzondere aandacht voor de vraag of het teruglenen van dividenden heeft geleid tot omzetting van risicodragend in risicomijdend vermogen en of de lening achtergesteld was bij andere schuldeisers.
Deze uitspraak verduidelijkt de grenzen van renteaftrek en wetsontduiking in de context van concernfinanciering en teruglenen van dividenden binnen fiscale eenheden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek.