1 Tussenvonnis rechtbank, r.o. 4 onder verwijzing naar r.o. 2 van het vonnis van de kantonrechter te Haarlem van 12 maart 1997.
2 Eindvonnis rechtbank van 27 februari 2001, r.o. 2.1.
3 Tussenvonnis rechtbank, r.o. 5.6.
4 Dictum eindvonnis rechtbank onder 3.2.
5 Tussenvonnis rechtbank, r.o. 5.5.
6 Tussenvonnis rechtbank, r.o. 5.11.
7 Er was ook een parallelle procedure tussen zes andere verbandkamermedewerkers en het Ziekenhuis. Daarvan bevindt zich alleen een tussenvonnis van de kantonrechter te Haarlem van 25 september 1996 in het dossier (zaaknr. 40564).
8 Zie over de nawerking bijv. HR 19 juni 1987, NJ 1988, 70, m.nt. PAS, r.o. 3; Fase, C.a.o.-recht, 1982, p. 75 e.v.; Schutte, Overzicht van het cao-recht, 1995, p. 48-50; Rood, Introductie in het sociaal recht, 2000, p. 95-96. Zie ook R. van de Water, Nawerking van CAO-bepalingen, SR 1999-12, p. 308 e.v.
9 Zie over de 'art. 14-werknemer' bijv. F.B.J. Grapperhaus, De wenselijkheid van een nieuwe regeling voor de verhouding van niet-gebonden werknemers tot een CAO, SR 2002-6, p. 184 e.v.
10 Zie hierna § 4.4 en 4.5 met verwijzingen.
11 Aan de s.t. zijdens het Ziekenhuis is een illustratief chronologisch overzicht met betrekking tot de CAO voor het Ziekenhuiswezen gehecht.
12 Vgl. Rood, TVVS 1994, p. 132 e.v.
13 Zie de conclusies van A-G Koopmans voor HR 28 januari 1994, NJ 1994, 420 (Beenen/Vanduho) m.nt. PAS, resp. van A-G De Vries Lentsch-Kostense voor HR 7 juni 2002, RvdW 2002, 96 (X J.B. Vlees). Deze conclusies zijn rijk aan verdere gegevens.
14 HR 18 januari 1980, NJ 1980, 348, m.nt. PAS, r.o. 6 (Hop/Hom).
15 Kamerst. II, 1979-1980, 15 940, nrs. 3-4, p. 11. Zie voorts Kamerst. II, 1979-1980, 15 940, nr. 7, p. 4-5 en Kamerst. II, 1979-1980, 15 940, nr. 8, p. 1.
16 Kamerst. II, 15 940, nrs 3-4, p. 12.
17 In dezelfde zin: Van Straalen, Behoud van rechten van werknemers bij overgang van onderneming, diss. RUG, 1999, op o.m. p. 184. Voor de samenloop van CAO's verwijs ik naar Fase, C.a.o.-recht, 1982, pp. 64-67; Fase, De wet overgang van ondernemingen en de rechtspositie van de betrokken werknemers, SMA 1983, p. 359, en Schutte, Overzicht van het cao-recht, 1995, pp. 50-52.
18 Kamerst. II, 1979-1980, 15940, nr. 8, p. 2
19 Vgl. bijv. Fase in de Wet overgang van ondernemingen en de rechtspositie van de betrokken werknemers, SMA 1983, p. 361; M.M. Olbers, SMA 1997, p. 319; A.M. Luttmer-Kat in o.m. Collectieve arbeidsvoorwaarden en overgang van onderneming, SR 1997-10, pp. 284, 285, 287 en 288 (hoewel zij zelf een andere stelling verdedigt); L.A.J. Schut, CAO-recht langs lijnen van geleidelijkheid, SMA 1998-5, p. 222 e.v.; R. van de Water, Nawerking van CAO-bepalingen, SR 1999-12, p. 308 e.v.; J.C.A.T. Frima, Overgang van onderneming en werknemers - de laatste ontwikkelingen, Juridisch up to date, 2001/24, p. 17 en Van der Grinten, Arbeidsovereenkomstenrecht, (2002), p. 234. Zie voorts Rechtbank Amsterdam, 18 september 1996, JAR 1996, 228.
20 Vgl. in dezelfde zin A.M. Luttmer-Kat, Collectieve arbeidsvoorwaarden en overgang van onderneming, SR 1997-10, p. 288.
21 L.A.J. Schut deelt in haar hierna te melden artikel mee dat dit vonnis tijdens de viering van het eerste lustrum van het tijdschrift JAR in 1997 door een jury unaniem werd uitgeroepen tot de 'best gemotiveerde uitspraak' van vijf jaar JAR-jurisprudentie. Zie over het vonnis: M.M. Olbers, SMA 1997, p. 311 e.v.; T.S. Pieters, Botsende CAO's bij overgang van onderneming, ArbeidsRecht 1997/2, p. 3 e.v.; A.A. de Jong, Botsende CAO's bij overgang van onderneming (2), ArbeidsRecht 1997/4, p. 29 e.v.; A.M. Luttmer-Kat, Collectieve arbeidsvoorwaarden en overgang van onderneming, SR 1997-10, p. 284 e.v.; L.A.J. Schut, CAO-recht langs lijnen van geleidelijkheid, SMA 1998-5, p. 222 e.v. en R. van de Water, Nawerking van CAO-bepalingen, SR 1999-12, p. 308 e.v.
22 Richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan, Pb EG L 61/26.
Zie over de totstandkomingsgeschiedenis van Richtlijn 77/187/EEG uitgebreid C. von Alvensleben, Die Rechte der Arbeitnehmer bei Betriebsübergang im Europäischen Gemeinschaftsrecht, Eine Studie zu den gemeinschaftsrechtlichen Grundlagen des § 613a BGB (1992), en met het oog op het onderwerp van deze zaak i.h.b. p. 107 en p. 124 e.v.
23 De lidstaten moesten op grond van art. 2, lid 1, voor 17 juli 2001 uitvoering geven aan deze Richtlijn. Dit heeft in ons land geleid tot de wet van 18 april 2002, Stb. 2002, 215, i.w.tr. 1 juli 2002 (zie Stb. 2002, 245). De leden 1 en 2 van art. 14a Wet CAO hebben geen wijziging ondergaan.
24 Volledigheidshalve vermeld ik de nieuwe tekst van die volzin: 'Na de overgang handhaaft de verkrijger de in een collectieve overeenkomst vastgelegde arbeidsvoorwaarden in dezelfde mate als in deze overeenkomst vastgesteld voor de vervreemder, tot op het tijdstip waarop de collectieve overeenkomst wordt beëindigd of afloopt, of waarop een andere collectieve overeenkomst in werking treedt of wordt toegepast.'
25 Luttmer-Kat, Collectieve arbeidsvoorwaarden en overgang van onderneming, SR 1997-10, p. 284 e.v. (vooral pp. 287-288). Zie kritisch over de 'stelling' van Luttmer-Kat: R. van de Water, Collectieve arbeidsvoorwaarden en overgang van onderneming, Een reactie, SR 1998-2, p. 59 e.v. met naschrift van Luttmer-Kat op pp. 60-61, alsmede L.A.J. Schut, CAO-recht langs lijnen van geleidelijkheid, SMA 1998/5, p. 222 e.v. Zie voor een nadere studie van Luttmer-Kat nog: Botsende collectieve arbeidsvoorwaarden na overgang van onderneming: een blik over de grenzen, SR 1998-10, p. 290 e.v.
26 A.w., p. 287.
27 Toelichting van de Commissie, doc. Nr. V/631/74-N, p. 3.
28 Van Straalen, a.w., p 10 (zie ook pp. 8-9). Vgl. ook Von Alvensleben, a.w., p. 124 e.v.
29 Van de Water, SR 1988-2, p. 59 (60).
30 Vgl. het arrest van 14 september 2000, zaak C-343/98, Collino en Chiappero/Telecom Italia SpA, Jurispr. 2000, blz. I-6659.
31 In SR 2000-7/8, p. 195 (197); mijn cursivering, A-G.
32 Vgl. bijv. Van der Grinten, Arbeidsovereenkomstenrecht, 20e druk 2002, pp. 42-43 en R. van de Water, Nawerking van CAO-bepalingen, SR 1999-12, p. 309.
33 Ik verwijs nog naar Schut, SMA 1998, p. 222 (224), die m.i. terecht enige relativerende opmerkingen maakt over het belang van gelijke arbeidvoorwaarden boven het belang van bescherming van de werknemer na overgang van de onderneming.
34 Van Straalen, a.w., p 182 (zie ook pp. 181, 197 en 199).
35 Zie over HR 18 januari 1980, HR 2 april 1993 en HR 28 januari 1994: S.F. Nagel, Nawerking van algemeen verbindend verklaarde CAO-bepalingen, een evenwichtige oplossing, SMA 1996, p. 663 e.v.